Fokdoel

 

Uitgangspunt

 

Het uitgangspunt van de vereniging is de fokkerij van bonte schapen die zoveel mogelijk is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van Nederlands Bonte Schapen.

 

De hiervoor gedefinieerde fokdoelen zijn:

 

            Exterieur:                                  Overeenkomstig zoals beschreven bij het fokideaal.

 

Lammerenproductie:                 Ooien moeten op éénjarige leeftijd kunnen aflammeren met een gemiddelde worpgrootte van 1.3lam.

                                           Tweejarige en oudere ooien moeten in staat zijn gemiddeld per jaar 2 lammeren groot te brengen.

 

Eigenschappen:                         Vlot natuurlijk geboorteverloop

                                          Ooien moeten voldoende melk produceren om onder normale omstandigheden per gezoogd lam een groei van 275 gram per dag te realiseren, uitgaande van 2 zogende lammeren.

                                          Een schaap moet minimaal 5 jaar probleemloos kunnen functioneren. Om dit mogelijk te maken dient te worden geselecteerd op een goed gebit, gezond beenwerk, goede hoefvorm, goede uiervorm en voldoende melkgift. Erfelijke afwijkingen dienen te worden uitgeselecteerd.

                                          Voldoende vruchtbaarheid om aan de norm voor lammeren productie te kunnen voldoen. Het aflampercentage voor tweejarige en oudere ooien moet minimaal 95 % zijn

 

Mede om het omschreven fokdoel te kunnen realiseren zal een rammenregistratie worden gevoerd. Voor de effectiviteit daarvan is het dringend gewenst om het gelijktijdig gebruik van twee of meer dekrammen te vermijden. Volgtijdelijk gebruik van dekrammen is geen bezwaar mits de periode daartussen voldoende ruim is om bij de geboorte de onomstotelijkheid van de afstamming te kunnen concluderen. Door inzet van hulpmiddelen zoals kleurindicatie via dektuigen maakt volgtijdelijk gebruik van dekrammen zonder ramvrije periode mogelijk.

 

 

 

 

 

 

                                                            Fok ideaal:

 

Omdat geen sprake is van een ras, is het niet mogelijk een eenduidige beschrijving te maken van de eisen waaraan het Nederlands Bonte Schaap dient te voldoen. Om die reden wordt hierna het fokideaal omschreven.

 

Tekening

Aan de tekening worden geen eisen gesteld. Een schaap moet uiteraard bont zijn. Gestreefd moet worden naar een kleurverhouding binnen de bandbreedte van 20 en 80 %

Kopvorm en tekening

De kop dient sprekend te zijn, recht en voldoende breed ( niet geiterig). De oorstand dient attent te zijn.

Hoogte

Volgroeide rammen 75 cm schouderhoogte en ooien 69 cm

Lengte

Een uitgegroeid schaap dient voldoende lang te zijn. Een dier moet in staat zijn voldoende ruwvoeder tot zich te kunnen nemen en voldoende ruimte hebben voor vleesontwikkeling.

Gewicht

Volgroeide, niet dragende en niet zogende ooien 75 kg en rammen 95 kg

Beenwerk

De schapen dienen over een goed beenwerk te beschikken opdat zij in staat zijn zich voldoende te bewegen ten behoeve van een goede grasopname. Het beenwerk mag niet stijl of sabelbenig zijn  Gestreefd moet worden naar forse en donkere hoeven die weinig onderhoud behoeven.

Voorhand

De voorbenen dienen voldoende wijd uit elkaar te staan. De schouderbladen dienen goed aan te sluiten

Middenhand

Deze dient voldoende gewelfd en diep te zijn tbv voldoende ruimte voor ruwvoeder opname en de dracht.

Achterhand

Deze dient voldoende breed te zijn en een vlotte geboorte van lammeren mogelijk te maken.

Rug

De rug dient recht te zijn. Vooral holle ruggen zijn ongewenst.

Staart

Gestreefd wordt naar wolloze en  korte staarten.

Wol

Kort, krullend en aangesloten. Het donkere gedeelte dient zo dicht mogelijk bij de kleur zwart te komen. Te grote variatie in lengte tussen lichte en donkere wol is niet wenselijk.

Uiervorm

De uiers dienen sterke ophangbanden te hebben en een speenstand die niet te ver naar buiten en naar achteren is. De spenen mogen niet te grof zijn en bij voorkeur niet kegelvormig